Bellen blazen in de tijd

Als ik de buzz op internet mag geloven, zijn wetenschappers in Zwitserland op dit moment bezig met het empirisch vaststellen dat het x91God-deeltjex92 bestaat. Een bezigheid met een bijzondere lading, niet in de laatste plaats door de naam van dat kleine deeltje (overigens is dat weer een mooi voorbeeld van toeval in het universum, want Higgs, de man die het deeltje bedacht heeft, wilde het deeltje het godverdomme-deeltje noemen, en dat was te lang dus werd het afgekort). Maar ook zonder die bizarre en theologisch geladen naam, voelt het bijzonder om te denken dat we misschien wel leven in een tijd die vergelijkbaar is met het moment dat Archimedes in bad stapte, Newton een appel op zijn hoofd kreeg, of Einstein een kompasnaald naar het noorden zag wijzen. Een tijd waarin ons begrip van de wereld, het universum en de rest verandert. Want met het bestaan van het God-deeltje, zal ons begrip van massa, van energie, van zwaartekracht en ook van tijd, wel eens drastisch kunnen wijzigen.

Misschien is het de invloed van deze x91wetenschappelijke fluxx92 dat ik me de laatste dagen steeds meer een tijdreiziger voel. Misschien heb ik wel een onderdeel ontdekt van de nieuwe natuurkundige orde die aan de horizon verschijnt. Ik weet het niet. Maar ieder jaar om deze tijd, zo eind april, vraag ik me af hoe dat nu zit met dat rare verschijnsel Tijd.

Want tijd, die verstrijkt. Of zoals Herman van Veen het zo mooi kon uitdrukken: x93De tijd tikt de uren van de klok, de ruiten van je rok, en als jij nu nog niet komt, moet ik zeggen, dat je veel te laat bentx94. De tijd brengt ons van een punt, naar het volgende, steeds verder vooruit en nooit terug. De vrouw in het liedje van Herman kan niet gewoon heel lang wachten, en dan opeens net te vroeg zijn. Ondanks dat de klok rond is, is de tijd dat niet. Maar is dat zo? Want zo eind april, begin mei, lijkt de tijd wel rond. Of liever gezegd, er lijkt een bubbel, een wormgat, in de tijd te ontstaan. Om mij heen is het 28 april 2011, maar ook 28 april 2004. En 28 april 2009, 2010. Ik zie op deze dagen, wat ik de rest van het jaar niet merk: de dag van vandaag is niet alleen verbonden met gisteren en morgen, maar dwars daarop, als een tweede as zeg maar, ook met vorig jaar en de jaren daarvoor.

Ik zal het illustreren: ik loop de honden uit te laten, duidelijk vandaag. Maar als ik een vogel hoor zingen in de stilte van de ochtend, zie ik opeens wat ik op 28 april 2004 deed. Hoe normaal de wereld toen nog was. Hoe Pip* toen nog leefde in mijn buik, hoe ik niet wist wat er zou gaan gebeuren. Als ik de SRV wagen langs zie lopen, ben ik in 2005, toen ik diezelfde kar x96 met dezelfde bestuurder en meerijdende en kletsende echtgenote x96 voorbij zag komen. Dat jaar was de SRV wagen voor mij een hatelijk symbool van de voortschrijdende tijd, van een wereld die geen rekening hield met mijn verlies, met de verstomming van mijn wereld. De man van de SRV wagen reed daar maar, net als het jaar daarvoor. Alsof de wereld ondertussen niet volledig op zijn kop was gaan staan.

Een voorbijgaande auto met luide muziek trekt me uit deze dag, door naar 2008. Ik loop over de kermis, op weg naar een werkbijeenkomst. De luide muziek en vrolijke mensen vormen een schril contrast met mijn verdriet, mijn gemis. Ik koop een regenboogkleurige zuurstok en ga verder naar mijn werk. De lineaire tijd dringt dat jaar al meer door in mijn bubbel van stilte, van verleden. In 2009 had ik zelfs op deze dag mijn afscheidsfeestje, zodat mijn bubbel van verleden helemaal omkapseld werd door de dag van vandaag. Maar toch, de twee tijdsbelevingen bleven ook dat jaar naast elkaar bestaan.

Vandaag loop ik met de honden het gebruikelijke rondje. Als tijd echt rond zou zijn, in plaats van rechtlijnig, zou ik mijn voetstappen van gisteren en eergisteren kunnen volgen. Maar x96 zo zijn de wetenschappelijke inzichten op dit moment tenminste x96 ik loop gewoon alleen maar over stoeptegels, op weg naar de volgende seconde en seconde. Zoals Herman in zijn liedje eindigt: x93De tijd tikt je leven zo voorbij, heel verdrietig en heel blij. En de haan kraait alsmaar, Goedemorgenx94. Een mooi staaltje van lineair denken, waar ik de laatste dagen van april en de eerste dagen van mei, geen zak van geloof. Laat dat God-deeltje maar komen, ik ben er klaar voor!

28 April 2011
By on 07:59
Onderwijshervorming leidt tot eenheidsworst

Een nieuwe minister van onderwijs lijkt wel zonder uitzondering een nieuwe onderwijshervorming met zich mee te brengen. Nog geen half jaar aan de bak en ook onze nieuwste minister heeft haar plan al weer op tafel. De nieuwste vernieuwing is dat alles weer terug moet gaan naar de tijd dat alles beter was: de tijd van mijn jeugd. Nu verwacht u allen natuurlijk een uitgebreid vrolijke column, omdat ik eindelijk gelijk krijg en in mijn tijd echt alles beter was. Maar ondanks dit gevoel van erkenning, blijf ik helaas kritisch. En wel om een aantal redenen:

De eerste reden is dat ik struktuurwijzigingen x96 om maar eens een ambtelijk woord te gebruiken x96 per definitie wantrouw. Als iets niet werkt, moet je het beter maken, zover ben ik het eens met mevrouw Van Bijsterveld. Maar toon mij een onderwerp dat beter is geworden van het opnieuw plaatsen van alle piketpaaltjes. Of van jaren praten met de hakken in het zand. Of van het weer helemaal opnieuw moeten beginnen met een nieuwe curriculum, nieuwe methode en nieuwe eindtoetsen. Verandering is lastig, dat is een menselijk gegeven. Grote, alles overhoop halende veranderingen zijn per definitie verlammend en demotiverend. Natuurlijk is er de hoop aan de horizon dat over 5 jaar, als alle vernieuwingen zijn ingevoerd, het onderwijs beter is, maar toch: dan zit mijn zoon al in groep acht en heeft hij zijn lagere schooltijd x91in oorlogstijdx92 moeten afronden. Toch jammer voor hem en alle andere kinderen die de komende jaren onderwezen moeten worden.

Mijn tweede bezwaar is van principixeble aard. Ik zag laatst een zeer inspirerende TED-talk van Ken Robinson, waarin hij de verregaande stelling poneert dat ons onderwijs de creativiteit vermoordt. Klinkt buitenissig, maar hij had daar redenen voor, die ik niet allemaal zal herhalen. Maar een van de meest wezenlijke redenen is volgens hem dat ons onderwijs opleidt voor fabrieksarbeiders. Het schoolsysteem is ontworpen in de tijd van de industrixeble revolutie, en leidt vooral op in die vaardigheden die een goed arbeider nodig heeft. En laten we eerlijk zijn, zoveel fabrieksarbeiders kunnen we tegenwoordig niet meer kwijt. Wat ik hier mee wil zeggen is dit: we leren al onze kinderen dat er niets gaat boven goed kunnen schrijven en rekenen. Dat Bxe8ta vakken beter zijn dat Alfa vakken. Dat x96 om in het jargon van mijn eigen goede oude tijd te blijven x96 een slimme meid op haar toekomst is voorbereid. Maar wat doen we straks met al die opgeleide wiskundigen? En  belangrijker, wat doen we met al die mensen die niet uitblinken in exacte vakken?

Het is duidelijk dat onze maatschappij steeds verder individualiseert. En dat hier kennis en vaardigheden voor nodig zijn, die we 100 jaar geleden niet nodig hadden. Daarbij hebben we te maken met een behoorlijke vergrijzing, waarbij we het ons niet meer kunnen veroorloven om een groot deel van onze jeugd als x91ongeschiktx92 weg te zetten. Ieder mens is uniek, ieder mens heeft talenten, ieder mens heeft een passie van waaruit hij kan schitteren. En nee, dit bedoel ik niet op een softe wijze. Ik stel niet voor om alle kinderen maar hun gang te laten gaan en te hopen dat het vanzelf goed komt. Natuurlijk is een goede beheersing van de Nederlandse taal essentieel voor het meedraaien in onze samenleving. En natuurlijk is het fijn en nuttig als een kind wiskunde leert. Maar volgens mij staren we ons blind op deze x91cerebralex92 kant van de menselijke ontwikkeling. Dansen, zingen, voelen, doen en maken: het zijn net zo zeer essentixeble kanten van ons bestaan als het denken dat onze onderwijsminister zo lijkt te aanbidden. Pas als we vanuit de leerlingen gaan kijken, niet naar wat ze niet kunnen, maar naar waar hun talenten liggen, hebben we een kans om in deze individuele samenleving iedereen mee te laten doen. Alleen dan kunnen we als kennisland blijven fungeren, omdat we het aanpassingsvermogen hebben om nieuwe ontwikkelingen mee te maken. In een land waarin iedereen hetzelfde is, kan niets nieuws groeien. Dan sterft inderdaad de creativiteit.

Wil ik hiermee zeggen dat het momenteel piekfijn geregeld is in het onderwijs? Dat er geen beren op de weg zijn momenteel? Dat we ieder kind vooral een speciaal labeltje op moeten plakken en moeten wegzetten in een speciaal x91op maat gemaaktx92 programma? Nee, natuurlijk niet. Lees het blog van Vrouwke van Stavast er maar eens op na als je je afvraagt wat er momenteel nog verbeterd kan worden in het onderwijs. Maar als ik ons huidige onderwijs bezie, en ik bezie onze maatschappij, dan geloof ik niet dat de huidige voorgestelde stelselwijziging in het onderwijs een stap in de goede richting is. Hoezeer ik ook wil geloven dat in mijn tijd alles beter was, mijn tijd is geweest: de toekomst is dat mooie, onbekende stukje dat nog voor ons ligt. Laten we er eens met open vizier en verwondering naar kijken, zoals een kind dat kan. Wellicht dat dat ons handvatten geeft om onze kinderen op te leiden, zonder ze af te leveren als eenheidsworst.

7 December 2010
By on 13:28
De dilemma’s van duurzaamheid

Ik geloof in de kracht van duurzaamheid. Ik geloof dat als we allemaal wat lokaler eten, wat lokaler leven, we deze aarde veel langer kunnen gebruiken. Was ik tot voor kort niet zo'n 'Uit Holland is alles beter' type, nu ga ik steeds meer op zoek naar de groenten uit de moestuin, de appels van de lokale boomgaard en de boodschappen biologisch (en als het even kan Fair Trade, hoewel het dan waarschijnlijk niet meer zo lokaal is).

Ook bij mijn niet-eetbare aankopen wil ik graag duurzaam leven. Ik kleed mij niet ieder jaar naar de nieuwste mode, sterker nog, ik heb een voorkeur voor Vintage (sjiek woord voor tweedehands) kleding. Waarom Bio-Cotton shirts aanschaffen als je reeds geproduceerde kleding nog een tweede ronde kunt gebruiken? Alleen dat hergebruiken van zaken is niet altijd even makkelijk.

Neem nu mijn bank: zeven jaar na aankoop zit er een gat in de bekleding. Doorgesleten. Ik vind het waanzinnig en onbestaanbaar, het was geen goedkope bank, maar het feit blijft: rede en logica laten het gat niet verdwijnen. Hij zal dus opnieuw gestoffeerd moeten worden. Maar dat blijkt een hele lastige, voor mij uiteindelijk onmogelijke, opgaven.

Herstofferen is duur. Dat is op zich een logisch gevolg van het feit dat herstofferen per definitie lokaal gebeurt: toe te juichen dus, dat geen kindjes uit Azixeb gebruikt worden voor je bank. Maar het is zo duur, dat het wel heel moeilijk wordt voor mij om te beslissen om duurzaam te leven. Want 70-80% van de nieuwwaarde van je bank is een enorm bedrag, zeven jaar na de aanschaf van een dure designbank.

Herstofferen wordt mij ook emotioneel moeilijk gemaakt: de verkopers/ontwerpers van de bank (ik heb de bank direct van de Nederlandse ontwerpstudio gekocht, niet in een meubelwinkel) doen geen enkele moeite om mij als klant te behouden. In plaats van medeleven, stuit ik op een afschuifmentaliteit die mij bijzonder irriteert. Immers: het zal best dat er maar vijf jaar garantie zit op stoffen, het zal best dat ik toendertijd (niet zonder hulp van de ontwerpstudio overigens) een niet zo slijtvaste stof heb uitgezocht en het zal best dat een Ikea bank nog veel minder lang meegaat (iets wat ik overigens betwijfel) maar dan nog: het blijft best vervelend dat een dure bank na zeven jaar al onbruikbaar is. Toch? Maar medeleven wordt aan mij niet getoond, wel een zeer verdedigende, bijna agressieve houding.

Als dan de ontwerpstudio mij bijna weer de deur uit laat gaan met niet-slijtvaste stof als vervanging voor mijn eerder gekozen stof, zonder enige waarschuwing of commentaar, is voor mij de maat vol: hier zal mijn bank niet opnieuw gestoffeerd worden. En dus ben ik een nieuwe bank gaan kopen.

Aan de ene kant baal ik van mijzelf: ik had de bank ook bij een stoffeerder kunnen laten herstofferen, of mijn ergernis kunnen inslikken. De nare behandeling in de winkel is natuurlijk niet het hele verhaal: hoe mooi ik het ook rechtpraat, een deel van mij wil gewoon, als ze zoveel geld uitgeeft, iets 'nieuws' hebben. De kick van het kopen, de charme van een vers interieur.

Aan de andere kant blijf ik zitten met de vraag hoe het kan dat ik – naast mijn nu versleten nieuwe designbank – een veertig jaar oude designstoel in originele glorie in de kamer heb staan. Was vroeger alles beter? Kopen we tegenwoordig, als we merk- en designzaken kopen – alleen nog maar een naam en een label? Want ooit dacht ik mijn kamer ingericht te hebben met designklassiekers – reeds bestaande en toekomstige – maar nu zie ik dat mijn mooie bank nooit een klassieker kan worden: over 10 jaar is volledig uit het woonbeeld verdwenen als afgeschreven bank.

4 November 2010
By on 10:16
Campagne met ballonnen

De campagnetijd is weer begonnen: het is onmogelijk om op zaterdag naar de stad te gaan, zonder canvassende, flyerende en goodies verdelende politieke partijen tegen te komen. Op zich bewonderingswaardig, want uit eigen ervaring weet ik hoe stomvervelend het kan zijn om je politieke boodschap aan winkelend politiek te moeten overbrengen. Maar als ik zie dat die vrijwilligers rondlopen met ballonnen die ze aan kleine kinderen uitdelen, word ik toch boos. In mijn ogen zijn er maar twee redenen om als politieke partij ballonnen uit te delen: xf3f je probeert via de kinderen het stemgedrag van de ouders te bexefnvloeden, xf3f je probeert via de kinderen sluikreclame te maken. Beide redenen vind ik even verwerpelijk.

Het meest irritante – en mijn ogen meest moreel verwerpelijke – is dat de canvassende vrijwilligers niet mij benaderen met de ballon. Nee, mijn vierjarige zoontje krijgt er eentje aangeboden: 'Hoi jongetje, wil jij een ballon?'

Nu geloof ik niet zo in boos worden tegen de boodschapper. De arme vrouw kon er weinig aan doen dat zij die dag de taak 'ballonenverspreider' had gekregen. En dus heb ik haar zeer redelijk en vriendelijk uit staan leggen waarom ik het geen goed idee vind dat de PvdA – want die partij was het toevallig, maar laat duidelijk zijn, ze stonden er allemaal – ballonnen uitdeelt. Stel je nu voor dat ik geen sympathisant van deze partij zou zijn? Ja, gaf ze als antwoord, maar je kunt toch weigeren? Euh, maar je vroeg het niet aan mij, je vroeg het aan dat kleine jongetje aan mijn hand. Waardoor je mij dwingt om mijn zoon een ballon af te pakken die hij eigenlijk al gekregen heeft. Zonder dat ik dat kan uitleggen. Want hoe slim mijn vierjarige ook is, een redenering in de trant van: 'politiek is geen spelletje lieverd, er staat iets op deze ballon waar ik niet achter sta, waarvan ik niet geloof dat dit de manier is om Nederland vooruit te helpen", dat snapt hij nog niet. Dus blijf ik over met: Nee, het mag niet, omdat ik het zeg!

De mevrouw en ik hadden hier een goed gesprek over. Ze vertelde me dat ik de eerste was die er over begonnen was, maar dat ze het wel snapte. Prima, ik was klaar om door te lopen. Maar toen kwam een andere PvdA vrijwilliger er overheen, die duidelijk niet gecharmeerd was van enige kritiek op zijn partij. Vanaf een afstandje riep hij me denigrerend toe: Nu, mevrouw, ik heb er naar staan luisteren en ik heb xe9cht mijn best gedaan, maar van wat u nu zegt, daar snap ik helemaal niks van! Maar, zo voegde hij nog toe om duidelijk te maken dat ik zijn opmerking niet moest zien als inhoudelijke bijdrage aan het gesprek maar gewoon als een belediging: U stemt duidelijk geen PvdA!

Laat duidelijk zijn: ballonnen in een politieke campagne vind ik verwerpelijk. Maar politiek superioriteitsgevoel en arrogantie, dat bleek nog erger. PvdA Haarlem, doe er wat aan!

29 May 2010
By on 12:11
Tweetend door het leven gaan

Het fenomeen twitter is het afgelopen jaar enorm in de belangstelling komen te staan. Vreemd eigenlijk, aangezien het internetmedium al veel langer bestaat. Maar toch, de sneeuwbal heeft in 2009 eindelijk genoeg massa verzameld om op te vallen. Twitteren is zelfs het x91woord van het jaarx92 in 2009. Maar met de opkomende naamsbekendheid van twitter, moet ik mij ook vaker verdedigen dat ik tweet. De mensheid is als het op twitter aankomt, heel helder te verdelen in twee groepen: zij die het nog nooit gedaan hebben en het belachelijk vinden en zij die het wel doen en het leuk vinden. De kloof tussen de x91tweetersx92 en de x91ik-vind-twitter-belachelijkx92 mensen is breed en diep.
Eerder dit jaar was ik zelf nog een x91belachelijkerx92. Een vriend van mij zat op twitter en ik maakte hem en zijn getweet belachelijk. Waarom zou je de wereld willen laten weten wat je doet? Wie zit er nu te wachten op die boodschappen? Waarom doe je mee aan iets wat zo duidelijk een hype voor tieners is? Driekwartjaar later tweet ik hem er tien keer uit en ben ik er ook achter dat twitter veel is, maar geen tienerhype: twitter is het internetspeeltje van de dertiger en veertiger.

Wat is het dan, dat twitter toch zo aanslaat? Zonder stevige basis bij de internetgeneratie? Zonder enige diepgang, zonder noemenswaardige technologische vernieuwing (ik ken echt weinig sites die zo beroerd werken als de site van twitter) en zonder duidelijk doel van het bestaan?
Voor sommige mensen is het het nieuwsaspect van twitter dat ze aanstaat. De meeste nieuwswaardige feiten komen veel sneller langs op twitter dan waar dan ook op de (digitale) media. Daarbij kan je x96 door de juiste mensen te volgen x96 zelf kiezen welk nieuws je te zien krijgt. Je favoriete sportnieuws, nieuws over je lievelingsserie op de tv, wereldnieuws: je kunt het zo gek niet bedenken of er is wel iemand die zijn hele tweetende leven eraan gewijd heeft om je er alles over te vertellen.
Voor anderen is het het vriendenaspect dat ze naar twitter trekt. Volgen wat je vrienden doen, zonder er al te veel moeite voor te hoeven doen. Een soort continue x91wie wat waarx92 van hyves, binnenkomend op je telefoon. De beste garantie dat je nooit meer te laat bent met felicitaties voor een verjaardag. Altijd klaar kunnen staan met een virtuele knuffel als de ander een rotdag heeft.
Dan zijn er nog de beroemdheden die je kunt volgen op twitter. Schrijvers, acteurs, zangers: allen tweeten ze. Zo voel je je dicht bij je idool, wordt je dagelijks opgevrolijkt door de briljante opmerkingen van je favoriete schrijver of zing je mee met je lievelingszangeres. Idolen worden zo veel makkelijker x91net gewone mensenx92. De drempel om ze beter te leren kennen is laag, je kunt ze gewoon volgen. De meesten antwoorden je zelfs als je ze een berichtje tweet. Zo wordt het opeens twee richtingsverkeer tussen de artiest en zijn of haar fan. Ik ken nog geen ander medium dat daar zo goed in geslaagd is.
Tenslotte heb je nog de netwerkfunctie van twitter. Als je mensen volgt, terugvolgt als ze jou volgen, tweets stuurt aan mensen en antwoord op de tweets van anderen, bouw je al snel een groepje van wederzijds volgende mensen op, dat groter is dan het geheel van de hierboven genoemde groepen. Je leert mensen kennen op twitter die je niet noodzakelijk beschouwt als vrienden, nieuwsbronnen of idolen. Gewoon, andere twitteraars waarmee het leuk kletsen is. Die interessante dingen te melden hebben en waarmee je soms de discussie aan kunt gaan. Deze x91omliggende wolkx92 van twitteraars zorgt er met name voor dat de meeste actieve twitteraars meer dan 100 mensen volgen en door meer dan 100 mensen gevolgd worden. Het is daarmee zowel de essentie van twitter, alswel precies het punt waaraan twitter zijn slechte naam dankt: al die mensen die elkaar niet kennen en elkaar wel vertellen wat ze zoal doen op een dag.

Voor mij is twitter om alle bovenstaande redenen leuk. Ik krijg nieuws over Doctor Who en motorraces, kan mijn vrienden en familie makkelijk op de hoogte houden van mijn leven, volg mijn favoriete idolen en praat soms zelfs met ze. En hoewel ik er in het begin, zelfs toen ik al twitterde, nog niets van moest hebben, is het juist ook het laatste punt waardoor twitter me steeds beter bevalt. Ja, ik volg meer mensen dan ik ken. Maar dat levert soms zulke verrassende ontmoetingen op! Werktechnisch, ik kom andere CJG-fanaten tegen die ik anders met veel energie en drank op borrels zou moeten gaan ontdekken ? Maar ook gewoon persoonlijk, omdat iemand opeens op een tweet reageert, of ik op iemand anders. Het is alsof ik dagelijks in de trein zit, maar dan met medereizigers die allemaal x96 indien het zo uitkomt x96 wel bereid zijn een praatje te maken. Vriendelijk, luchtig, het blijft allemaal natuurlijk oppervlakkig. Maar daarin zit ook de kracht. Echt vrienden, die moet je zien, spreken, aanraken. Daarvoor zal internetcontact nooit een vervanging zijn. Maar een wereld met wat meer kleur en warmte, daarbij kan twitter absoluut helpen. Ik weet dat ik een kop koffie kan halen in Groningen of Drachten. Dat er iemand is om even met mij mee te janken als ik een baaldag heb. Of om het met me mee te vieren als ik dat laatste koekje heb kunnen laten liggen. Kleine momenten, maar samen maken ze een verschil omdat je het kunt delen, je kunt lachen en kunt kijken naar elkaar. Zoals Loesje al zei: De wereld is mooier met jou.

2 December 2009
By on 09:26
Over ivoren torens en met je voeten in de modder

Sinds begin mei werk ik voor mezelf. Als onafhankelijk adviseur bestuur en beleid, tenminste, die titel had ik mijzelf in mei gegeven. In de praktijk blijk ik vooral veel te schrijven sinds mijn vertrek bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Ergens vreemd, omdat ik met mijn stap naar een zelfstandig bestaan, nu juist afstand wil nemen van het beeld dat van mij als ambtenaar is ontstaan: een schrijvende, aardige maar wereldvreemde vrouw, ergens in een Ivoren Toren in Den Haag. Te vaak kwam ik de afgelopen jaren bij gemeenten die mij meewarig aankeken en gingen uitleggen hoe de wereld eigenlijk in elkaar zat. Dat zou ik als zelfstandig ondernemer helemaal anders gaan doen.
En nu zit ik aan mijn keukentafel en schrijf ik. Als dat te eenzaam wordt, dan twitter ik even over wat ik schrijf. Soms stuur ik een email uit, als ik me extreem communicatief voel. Hoe is dit zo gekomen? Het simpele antwoord hierop is dat het schrijfwerk zich aandiende en dat ik schrijven leuk vind. Maar er zit volgens mij ook een minder simpel antwoord achter. Namelijk dit: voor veranderen van onze maatschappij is ondertussen eerder afstand nodig, dan nabijheid.
Het klinkt allemaal zo mooi om betrokken te zijn bij de inhoud, bij de onderwerpen die je raken, bij de mensen waar het om gaat. Maar het is moeilijk om betrokken te zijn en tegelijkertijd de juiste afwegingen te maken. In de harde werkelijkheid van een (lokale) democratie komt het niet vaak voor dat een beslissing goed is voor iedereen. Meestal zijn er mensen blij en mensen ongelukkig met wat je doet, wat je ook doet. Kijk alleen maar naar de commotie weer de laatste tijd rondom dat theater in Tilburg: nu heeft ook de burgemeester het veld moeten ruimen. Of het gedoe rond de corpschef van Amsterdam die via de krant met zijn bestuurders in discussie gaat. Het vergrootglas van de media x96 maar laten we onszelf niet voor de gek houden, dat is dus het vergrootglas van onszelf x96 ligt meedogenloos op de politiek. En dat gecombineerd met dat eerder genoemde trekje van een democratie, dat er altijd wel iemand boos is, maakt het bijna onmogelijk om nog goed te besturen. Wat we doen is schadebeperking. Zo min mogelijk zichtbaar zijn, zo min mogelijk opwinding veroorzaken en het als we beleid willen aanpassen, dan in hele kleine stapjes. Op de winkel passen, noemen ambtenaren dat.
Ik hou niet van op de winkel passen. Ik ben niet politiek correct. Als ambtenaar was dat wel eens lastig, een van de redenen om voor mijzelf te beginnen. En nu dus een reden waarom ik vooral schrijf. Schrijf over hoe het zou kunnen, dat openbare bestuur. Ik zoek handvatten voor de mensen die wel met hun voeten in de modder durven te staan. Die Centra voor Jeugd en Gezin oprichten. Hun scholen draaiend houden. Zorgen voor de maatschappij van morgen door te zorgen voor onze jeugd. Ik help ze daarmee graag, zo goed als ik kan. Maar ik heb er een hard hoofd in soms, als ik zie hoe weinig visie en durf er nog mogelijk is in deze democratie. Hoe moeilijk het is om dingen voor elkaar te krijgen en tegelijkertijd aan het roer te mogen blijven zitten.
Ik heb veel respect voor de mensen die deze uitdaging dagelijks weer aangaan. Onze volksvertegenwoordigers, die op lokaal, provinciaal en landelijk niveau blijven geloven in een mooi en maakbaar Nederland. Er aan blijven werken, positief blijven. Die op hun plekje, soms het hoogste plekje in de omgeving, toch met hun voeten in de modder blijven staan (kijk alleen maar naar Maxime Verhagen, die dit in een recente tweet zelfs letterlijk lijkt te nemen). Deze mensen, op al die niveau’s, wil ik graag zoveel mogelijk helpen om hun werk goed te doen. Daar krijg ik dan weer energie van. En tegelijkertijd kan ik heel diep zuchten als het op netwerk of Pauw en Wittenman weer eens uitdraait op politici pesten: ik kan hem gewoon uitzetten en overgaan tot de orde van de dag.

5 November 2009
By on 20:17
Ziekenhuizen, altijd een feest

Vanmorgen moesten we met Tijn naar het ziekenhuis. Een anesthesie-assistent ging bekijken of hij gezond genoeg was om over twee weken aan zijn ogen geopereerd te worden. Nu zijn de ziekenhuizen van vandaag niet meer wat ze geweest zijn. Al bij de binnenkomst vallen de levensgrote posters aan de muur op. Het zijn foto’s van personeelsleden, met een persoonlijke uitspraak erbij. Alle uitspraken gaan over de persoonlijke benadering, het helpen van mensen, het zorgen voor iedereen. Het ziekenhuis, is de boodschap, is tegenwoordig even persoonlijk als het jaarlijkse familiefeestje met kerst: iedereen heeft tijd voor een goed gesprek en een lieve glimlach.
Ondanks deze bemoedigende woorden voel ik mij nooit helemaal op mijn gemak in een ziekenhuis. Ik heb wel eens in een onderzoek gelezen dat je vragen die je hebt voor een arts, altijd binnen 10 seconden na binnenkomst van de kamer moet stellen. Daarna ben je je invloed in het gesprek kwijt, zo bleek uit het onderzoek. Artsen worden minstens net zo goed opgeleid in het sturen van gesprekken, als in het betermaken van patienten. En hoe mondig ik ook ben, deze onderzoeksresultaten stroken aardig met mijn gevoel van een ziekenhuis: een grote machine die mij van mijn eigenheid ontdoet om me op de meest efficixebnte manier door alle molens heen te laten lopen.
Vandaag was hier weer een perfect voorbeeld van. Valentijn werd gewogen, gemeten en er werd naar zijn hartje geluisterd. Daarna kreeg hij een boekje te lezen waarbij uitgelegd werd – door de assistente – hoe de operatie over twee weken zou gaan. Pas toen alles achter de rug was en alle formulieren ingevuld waren kwam ze met haar boodschap. Ze had wel een ruisje gehoord in zijn hart. Nu moest hij nog even door naar de kinderarts en misschien de kindercardioloog om te bepalen of hij wel geopereerd kon worden. Oeps. Ok. Even slikken als ouders. De assistent liep meteen weg om een afspraak met de kinderarts te gaan maken (Had u nog vragen mevrouw? Dan even op uw tong bijten) terwijl ze al lopend vroeg of er nog dagen waren dat ik niet kon. Eh, nee, ik denk dat dit wel voorgaat, wist ik nog te mompelen.
Na wat heen en weer geloop en gedoe, bleek dat ze geen receptioniste kon vinden om de afspraak voor me te maken. Of ik zelf even terug wilde lopen naar de balie om een afspraak met de kinderarts te laten maken. De anesthesie-assistent wilde duidelijk door met het spreekuur. Ja, ach, goed maar dan? Die vragen lagen nog steeds ergens in mijn mond, maar dan maar zo bij de kinderarts, dacht ik nog.
De receptioniste keek me vragend aan, toen ik mijn formuliertje ‘verzoek tot intercollegiaal consult’ overhandigde. Met de kinderarts? O, maar die was er vandaag niet, kon ik ze morgen even zelf bellen? Ze gaf me wel het directe nummer. Direct liep ze weg met mijn formuliertje, om even later trots te laten zien dat ze het directe nummer van de poli kindergeneeskunde had gevonden. Ja, stamelde ik, maar het had toch haast? De operatie is al over twee weken? En moeten ze niet zelf zo’n afspraak plannen? Ja, goed punt van me, ik moest dan morgen maar even aangeven dat het inderdaad haast had.

Zo zat ik dus in de auto: het briefje voor intercollegiaal consult op mijn schoot. En een mond vol tanden en vragen. Was dit nu professionele en persoonlijke zorg? Wat als ik nu niet zo’n verantwoorde ouder was, en dit gewoon vergat? En op 3 november op kwam dagen zonder een afspraak met de kinderarts? Wat als de assistente van de kinderarts morgen ging zeggen dat er geen plek was voor 3 november? Wat als, wat als en wat als? O ja, en ergens toch ook nog die vraag: had mijn zoontje nu opeens een ernstige hartafwijking?

Thuis heb ik meteen het nummer van de kinderpoli gebeld. Waar dus gewoon iemand opnam. Grappig, dus de receptioniste had ook gewoon even kunnen proberen te bellen, dacht ik nog. De afspraak maken was niet makkelijk, maar gelukkig was mijn stomverbaasdheid ondertussen omgeslagen in woede: ik zat hier thuis met dat stomme interne briefje op mijn schoot, en ze gingen het maar regelen want dit was toch eigenlijk van de gekke?! Nee, ik wist niet of de operatie makkelijk een weekje uitgesteld kon worden. Nee, ik wist niet hoe groot de zorg was van de anesthesie-tuthola. Ja, er stond iets op mijn briefje maar dat kon ik niet echt lezen en zeker niet begrijpen. Konden ze niet gewoon wat regelen?
Natuurlijk is er uiteindelijk wat geregeld. Volgende week vrijdag, precies xe9xe9n weekend voor de operatie. Gelukkig had de assistente van de kinderpoli meer begrip (op opleiding) voor ongeruste en boze ouders. Nadat ik de eerste keer gebeld had om de afspraak te maken en mijn woede pas echt uit mijn porixebn ging stromen, heb ik al mijn vragen op papier gezet en haar nog een keer gebeld. Ze heeft me tien minuten lang rustig, aardig en vooral deskundig te woord gestaan. Dankzij haar weet ik nu dat het op zich vaker gebeurt dat een kind doorgestuurd wordt omdat ze ‘iets’ horen. En dat dit in de regel niet betekent dat er ook iets ergs aan de hand is. Ja, ze had al veel kindjes voorbij zien komen die een pre-operatie screening van het hartje nodig hadden. En nee, ze had nog niet meegemaakt dat zo’n kindje ook door moest naar de kindercardioloog omdat er een echt probleem was. Ik ben zo uiteindelijk gexefnformeerd, gerustgesteld en als alles goed loopt, gaat de operatie gewoon door zoals gepland. Maar jemig, wat koste het weer een moeite. Het ziekenhuis zich laten gedragen alsof het doorheeft dat je een mens bent, kost ontzettend veel energie.

21 October 2009
By on 09:49
Het merk Marian

Wie heeft er vroeger geen ‘Wie ben ik?’ gespeeld. Allemaal kozen we voor het bril-loze, pet-loze en snor-loze blonde mannetje. De groots mogelijke middelmaat, een beproefd recept voor het winnen van het spel. Boven het maaiveld uitsteken met een mooie hoed, met een gedurfde bril of erger nog, als vrouw, was dodelijk: ze pikten je er zo uit!

Ik heb dit spelletje in mijn volwassen leven jarenlang met redelijk succes gespeeld. Als ambtenaar in semi-overheidsdienst, met 2.5 kinderen (twee zichtbaar, drie gekregen) en met een huisje en een beestje. De boom ontbrak nog, maar dat maakte mij nu nxe8t dat beetje anders. Maar sinds ik gestopt ben met het werken in loondienst, ben ik mijn maaiveld een beetje kwijt. Waar meet ik mij nu precies aan? Waar zet ik mij tegen af? En vooral; hoe zet ik mijzelf weer op de kaart? Het is ook niet makkelijk: het merk van de betaalde baan is zoveel sterker dan het merk van de zelfstandig ondernemer. Ik ben nu een groot verzamelvat van activiteiten. Ik adviseer, schrijf en moeder wat af. Dat deed ik vroeger ook, maar toen zat het onzichtbaar verstopt onder mijn merkje ‘ambtenaar’. Maar nu niet meer: een zelfstandig ondernemer is maar zo goed als de som van zijn delen.

Dit levert soms verrassende momenten op. Toen ik in mijn laatste netwerkgesprek vertelde wat ik zoal deed, waarom ik gestopt was met mijn loondienstbetrekking (meer tijd voor het gezin) en waar ik nu mijn uren aan besteede, antwoorde mijn gesprekspartner: goh, het klinkt alsof je helemaal niet op zoek bent naar meer klussen? Niet helemaal de gewenste reactie natuurlijk. Volgens mij had ik mijn grenzen iets txe9 goed aangegeven. Niet eerder had ik meegemaakt dat ik zelf regisseur ben over mijn hele leven: mijn werktijden werden altijd netjes bepaald door mijn CAO. Meer werk? Dan moesten er prioriteiten gesteld worden, een favoriet woord onder ambtenaren. Nooit eerder werd de vraag tussen geld en tijd voor de kinderen zo duidelijk op mijn bordje gelegd.

Tegelijkertijd heb ik een kans zoals ik nog nooit eerder had. Mijn maaiveld bepaal ik nu zelf. Ik kan er voor kiezen om die brildragende, petdragende vrouw te zijn en daar dan gewoon mijn omgeving bij uit te zoeken. Een plek te passen waar ik pas en collega’s, bazen en opdrachtgevers te zoeken die mij waarderen juist voor die eigenaardigheden. Dat is best een opgave, ik weet nog niet helemaal waar ik het beste pas. Ik praat met mensen, luister en stel vragen. Ik kijk goed om me heen maar ben nog niet te hongerig om ergens aan te beginnen. Marian is een merk, dat is zeker. Maar wat voor merk precies… daar is de jury nog niet over uit.

18 October 2009
By on 20:03